Voor wij fretten meegeven willen wij altijd weten hoe zij gehuisvest zullen worden.
Zo proberen wij ervoor te zorgen dat onze fretten goed terechtkomen. Ze moeten genoeg ruimte hebben en de kooi moet veilig zijn. Daarnaast is het belangrijk dat ze minstens 2x per dag 2 uurtjes kunnen loslopen buiten de kooi.

Het is van belang dat een fret zijn eigen plek heeft in huis in de vorm van een kooi. Hierin kan de fret zich terugtrekken en rust vinden. Het is voor de fret veiliger om in een kooi te zitten dan om zonder toezicht los te lopen. De fret kan zichzelf verwonden, ergens inkruipen of ergens vanaf vallen. Fretten zijn namelijk erg ondernemend en zien niet altijd gevaar.

Een goede kooi is breed en heeft veel loopoppervlakte. Fretten zijn geen goede klimmers, ze hebben daarom weinig aan kleine verdiepingen en plateaus. Grote, brede verdiepingen zijn fijn voor ze. Soms kopen mensen vogelkooien, maar deze zijn ongeschikt omdat deze vooral smal en hoog zijn. Zelfs met extra verdiepingen in de kooi is er dan onvoldoende loopruimte, omdat het kleine en smalle verdiepingen zijn. Voor fretten tellen die eigenlijk amper als loopoppervlak, zij hebben behoefte aan veel horizontale ruimte zodat zij kunnen rondlopen.

Een diepte van 60 cm is het beste, zeker voor mannelijke fretten die toch vaak wat groter zijn.
Het is belangrijk dat tenminste 1 verdieping een hoogte heeft van 60 cm zodat de fretten ook rechtop kunnen staan en strekken. De bodem en de verdiepingen van het hok mogen niet van gaas zijn, dit is onprettig en pijnlijk voor de pootjes. Het is belangrijk dat ze normaal daglicht kunnen zien.

Een richtlijn voor het bieden van genoeg ruimte is ongeveer: 0,6 m² loopoppervlak voor 1 fret. Per extra fret komt daar ongeveer 0,3 m² bij. Voor 2 fretten is het dus 0,9 m², voor 3 fretten 1,2 m², enzovoort. Dit zijn minimale maten! Ze zijn actief en beweeglijk dus gun ze veel ruimte.

Grote fretten hebben meer ruimte nodig dan kleine fretten. Als de fret meer dan 6 uur per dag los kan lopen, kan de kooi ook iets kleiner zijn; maar nooit kleiner dan 0,6 m² voor 1 à 2 fretten en écht alleen als ze hun energie heel goed kwijt kunnen door veel los te lopen, elke dag!

De eerste twee voorbeelden tonen geschikte kooien voor 2 à 3 grote fretten, of 4 fretten met kleine / wisselende formaten. De derde kooi is groter en is geschikt voor 4 grote fretten.

  1. Ferplast Frettenkooi Furet Tower: L 80 x B 75 x H 161 cm — (1,2 m² loopoppervlak)
  2. Savic Royal Suite 95 Dubbel: L 92 x B 63 x H 159 cm — (1,2 m² loopoppervlak)
  3. Knaagdierkooi Suite Royale XL Antraciet: L 115 x B 67,5 x H 153 cm — (1,5 m² loopoppervlak)

Sommige kooien hebben een deurtje of trapjes met tralies. Dit is gevaarlijk voor mannelijke fretten. Zij hebben een J-vormig haakje aan het einde van hun penis waarmee ze aan de tralies kunnen blijven haken als ze eroverheen lopen. Dit kan leiden tot een penisbreuk en is erg pijnlijk. Bescherm je fret door een hoesje om de tralies te doen waar ze overheen moeten lopen of vervang de deurtjes/trapjes. Op de eerste foto zie je een gevaarlijk deurtje. Op de tweede foto is een voorbeeld van een geschikte trap te zien.

Het is belangrijk dat fretten minstens 2x per dag 2 uurtjes kunnen loslopen buiten de kooi. Zij zijn vaak korte tijd heel actief, waarna zij weer een aantal uren slapen. Het zijn geen nachtdieren, ze passen zich aan op het ritme van het gezin. Fretten vinden het leuk om mee te kunnen kijken naar wat er gebeurt in het huishouden, zij houden van interactie en vermaak. Het is daarom voor hen een stuk leuker en gezelliger om in de woonkamer te zijn dan in een slaapkamer waar meestal niemand aanwezig is. Op die manier kunnen ze zelf ook aangeven wanneer ze aandacht willen, in plaats van afhankelijk te zijn van wanneer iemand bij ze komt kijken.

Fretten zien geen gevaar en brengen zichzelf snel in de problemen. De ruimte waarin ze loslopen moet veilig zijn. Planten graven ze uit, zet deze buiten bereik. Ze knagen graag aan rubber met het risico dat ze dit doorslikken en verstopt raken; houd afstandsbedieningen met rubber knopjes, oortjes, rubber handschoenen e.d. buiten bereik. Ze kunnen veel voedsel niet verteren, met verstopping als gevolg, dus hou goed in de gaten of er geen eten op de grond ligt. Zorg dat ze niet in de vensterbank kunnen klimmen en door een open raam kunnen vallen. Ze knagen niet aan kabels.

De bodem van de kooi is kaal. Fretten zijn gevoelig voor stof dus gebruik geen stro, zaagsel of hooi. In het hok staat een rechthoekige poepbak waar de fret ruim in past. Driehoekige poepbakken zijn vaak te klein waardoor ze hun behoefte ernaast zullen doen. Vul deze met houtkorrels, papierkorrels of niet-klonterende kattenbakvulling. Dit omdat er anders klontvorming kan ontstaan in het neusje.

Er is een voerbak en een waterbak/waterfles. De waterbak moeten ze niet om kunnen gooien of uit kunnen graven. Wij raden een waterbak aan met een rand tegen morsen, zoals de grijze waterbak op de foto. Als slaapplek vinden ze fleece erg fijn. Er zijn hangmatten en slaapzakken te koop voor fretten, ook in onze webshop. Handdoeken zijn ongeschikt, hierin kunnen nageltjes blijven haken. Ga er vanuit dat je één slaapplaats meer hebt dan dat je fretten in het hok hebt zitten.

  • Zorg voor de juiste afmetingen (zie pagina 1).
  • Het is belangrijk dat het tenminste 1 verdieping een hoogte heeft van 60 cm zodat de fretten ook rechtop kunnen staan en strekken.
  • Massief hout, metaal en harde kunststof soorten zijn geschikte materialen als bodem.
  • Gebruik parketlak om hout vloeistofdicht te maken.
  • Tenminste 1 à 2 wanden moeten zo gemaakt zijn dat de fret naar buiten kan kijken.
  • Gebruik martergaas, dat is sterk genoeg en doordat het gaas wat dikker is doet het geen pijn aan hun pootjes als ze gaan klimmen. Het gaas is 2 x 2 cm of 2,5 x 2,5 cm.
  • Een kast van massief hout kan ook omgebouwd worden tot een hok. Gebruik ook dan parketlak om het hout vloeistofdicht te maken.
  • Zorg dat het hok tochtvrij en droog is en dat het kan ventileren.
  • Waak ervoor dat de fret nergens kan ontsnappen: ze zijn best sterk en als hun hoofdje ergens doorheen past zullen zij kunnen ontsnappen of vast komen te zitten. Let dus op gaatjes en kiertjes en zorg voor goede sloten.
lengte × breedte = ... × het aantal verdiepingen = loopoppervlakte (m²)

Voorbeeld: 0,92 meter × 0,63 meter = 0,5796 vierkante meter × 2 verdiepingen = 1,1592 m², oftewel bijna 1,2 vierkante meter.

Een buitenren is een hele leuke aanvulling, maar als standaard verblijf is het niet geschikt omdat fretten niet genoeg weerstand kunnen bieden tegen de winterse kou en hete buitentemperaturen. Bovendien is er veel levendigheid in huis waar zij graag onderdeel van uitmaken, omdat zij zich snel vervelen en erg intelligent en sociaal zijn. In een buitenren is minder activiteit waardoor zij sneller verveeld raken. Bij voorkeur hebben fretten daarom een standaardverblijf in de woonkamer. Voor de afwisseling is het wel erg leuk voor fretten om ook een buitenren te hebben. Zorg dat de temperatuurovergang van binnen naar buiten dan niet te groot is.

Slaapt de fret soms ook in de buitenren bij zachte temperaturen?
Zorg dan voor een fijn nachthok in de ren dat tochtvrij en waterdicht is, de afmetingen moeten zeker 30 x 40 x 50 cm bedragen. Haal de fret naar binnen bij temperaturen onder de 16 graden. De ren moet (deels) in de schaduw staan zodat de fretten niet in de volle zon zitten. Fretten zijn gevoelig voor hoge temperaturen boven 25 graden, kou, regen en storm en ze kunnen een verkoudheid oplopen. Bij twijfel kan je ze beter naar binnen halen zodat ze geen last hebben van weersomstandigheden.

Daarna kan je het hok naar eigen inzicht inrichten. Ook voor de niet zo ervaren knutselaar is het niet heel erg moeilijk om zelf een buitenren te maken. Het is voor het baasje fijn als het buitenhok “manshoog” wordt gemaakt, zodat je er gemakkelijk in kunt en het goed schoon te maken is, maar zorg dat het voor de fretten in elk geval 60 cm hoog is. Gebruik voor de fundering stoepranden en betegel het hele hok met gladde straattegels. Tuinhout van tenminste 7 x 7 cm voor het maken van een frame is aan te bevelen. Gebruik voor het dak stevige golfplaten of polycarbonaat platen en martergaas.

Maak een rand onder de deur (30 à 40 cm hoog) zodat de fretten niet te makkelijk met je mee naar buiten kunnen lopen. Zorg ervoor dat het hok aan alle kanten afgesloten is, inclusief het dak, zodat de fretten niet ontsnappen en zodat er geen katten van de buren in de ren kunnen komen. Fretten hebben niet zoveel aan boomstronken als inrichting omdat het geen geweldige klimmers zijn, het is voor hen leuker als je trapjes, verdiepingen en buizen in de ren verwerkt zodat zij de hoogte ook als loopruimte kunnen benutten. Een bak om in te graven is vaak ook erg geliefd.